Verjaardag bij opa en oma

Gesorteerd gebak,
rustend op hun kanten kleedjes
in een af te likken, slappe doos.
In het midden, ultieme kinderdroom,
de hoorn des overvloeds,
de decadente neef
tussen zachtgevulde tantes.
Wie hem won,
was even in de slagroomhemel,
een zoete misselijkheid,
net als na een spoetnik met een rietje.
In de walmen van sigarenrook,
waarin volwassenen geruststellend bromden
als een tol,
bleef de hoorn vaak leeggelepeld liggen,
een aangespoelde, grote schelp.

"Though I sang in my chains like the sea"

Dylan Thomas